Schaakcitaten

 
„It is a game too troublesome for some men's brains, too full of anxiety, all out as bad as study; besides it is a testy choleric game, and very offensive to him that loseth the mate.“
 
Robert Burton, Anatomy of Melancholy, 1621.


 
„It is plain that the unconscious motive actuating the players is not the mere love of pugnacity characteristic of all competitive games, but the grimmer one of father-murder.“
 
Ernest Jones, The Problem of Paul Morphy. A Contribution to the Psycho-Analysis of Chess, in: The International Journal of Psycho-Analysis, jaargang XII, januari 1931.
 

 
„El ajedrez es un juego útil y honesto, indispensable en la educación de la juventud.“
(„Schaken is een nuttig en eerlijk spel, onontbeerlijk bij de opvoeding van de jeugd.“)
 
Simón Bolívar.
 

 
FAIR-PLAY
 
Sans bruit, cherchant à se distraire,
Aimables sans salamalecs,
Souriants même au sort contraire,
Voilà les amateurs d’échecs.

Jules Lazard, Quatrains échiquéens, Pré carré, 2008.


 

„In chess we have fixed rules and unpredictable results. In Putin’s Russia’s phony elections it’s exactly the opposite.“


Kasporov, in een toespraak voor de Saint Louis University, 16 mei 2015.

 


 

Karpov: „I'm proposing a draw.“
Kortschnoi: „Citizen, proposal of a draw direct to the arbiter.“

Banneling Kortschnoi vertikt het om Karpov met „Kameraad“ aan te spreken en maakt er „Burger“ van. Merano, 3e partij in de match om het wereldkampioenschap, 6 oktober 1981. Het werd uiteindelijk remise.

 


 

„Tis all a Chequer-board of Nights and Days
Where Destiny with Men for Pieces plays:
Hither and thither moves, and mates, and slays,
And one by one back in the Closet lays.“
 
Omar Khayyám (1048—1131), Perzische wiskundige, astronoom en schrijver, in: The Rubáiyát of Omar Khayyám XLIX, vertaald door Edward FitzGerald.


 
„A pawn is the most important piece on the chessboard — to a pawn.“
 
Isaac Asimov, Fantastic Voyage II: Destination Brain, 1987.
 

 
„Caution, not to make our moves too hastily. This habit is best acquired by observing strictly the laws of the game, such as, "If you touch a piece, you must move it somewhere; if you set it down, you must let it stand." And it is therefore best that these rules should be observed, as the game thereby becomes more the image of human life, and particularly of war [...]“
 
Benjamin Franklin, The Morals of Chess, 1786.
 

 
„Een meta-oplossing is een oplossing waarbij het probleem vanuit een hoger niveau wordt bekeken. Dergelijke oplossingen zijn niet altijd bevredigend — één meta-oplossing van een schaakprobleem is het bord omkeren.“

Rudolf von Bitter Rucker, Amerikaans wiskundige. Oneindigheid, 1985, p. 190.



Descent into Chess

„A pernicious excitement to learn and play chess has spread all over the country, and numerous clubs for practicing this game have been formed in cities and villages. Why should we regret this? It may be asked. We answer, chess is a mere amusement of very inferior character, which robs the mind of valuable time that might be devoted to nobler acquirements, while it affords no benefit whatever to the body. Chess has acquired a high reputation as being a means to discipline the mind, but persons engaged in sedentary occupations should never practice this cheerless game; they require out-door exercises — not this sort of mental gladiatorship.“

Scientific American, juli 1859.


 
„Amberley excelled at chess — one mark, Watson, of a scheming mind.“
(„Amberley was een uitstekende schaker — een teken, Watson, van een doortrapte geest.“)

Sherlock Holmes in The Adventure of the Retired Colourman, door Sir Arthur Conan Doyle, 1927.


 
„On gouverne les hommes avec la tête : on ne joue pas aux échecs avec un bon cœur.“
(„Heersen doet men met het hoofd, met een goed hart kan men geen schaak spelen.“)

Nicolas Chamfort, Produits de la Civilisation perfectionnèe. Maximes et pensées, caractères et anecdotes. DXXII. In: Œuvres complètes, Ginguené, Parijs 1795.
 

 
„Men kan over het schaken niet misantropisch genoeg praten.“

J.H. Donner. De zuiverste liefde is die tussen een man en zijn paard, Max Pam, 1975.
 


„Chess is a foolish expedient for making idle people believe they are doing something very clever when they are only wasting their time.“

George Bernard Shaw. The Irrational Knot, 1880.
 


„Ik word al misselijk als ik die Petrosjan zie spelen.“

Viktor L. Korchnoi. Karpov over Karpov, 1991, p. 86.
 


„Seht ihr die Schächer schwitzen dort,
mit grimmen Feldherrnblicken?
Wild brütend auf der Gegner Mord,
und voll von lauter Tücken?“

Carl Schultz, Die Mausefalle.



Samuel Reshevsky: „Speelt U op winst?“
Nigel Short: „Is dit een remiseaanbod?“
Samuel Reshevsky: „Ik versta U niet.“
Nigel Short: „Biedt U remise aan?“
Samuel Reshevsky: „Is dit een remiseaanbod?“

Dialoog opgetekend door John Nunn. Het werd remise, overigens. Open schaaktoernooi, Lugano 1985. Bert Kieboom, Al dat geschaak, 1990, p. 107.
 


„Don't give a grandmaster any pawn, kid...“

Viktor L. Korchnoi, 2001. De „knul“ in kwestie was de toen 19-jarige Rubén Felgaer. Felgaer werd een jaar later GM.
 

 
„De lopers met hun bisschopsmutsen, zijn gehoornde prelaten.... Ze verplaatsen zich schuins over het bord en zo slaan ze ook; zoals bijna iedere bisschop uit hebzucht misbruik maakt van zijn ambt.“

Toegeschreven aan paus Innocentius III (±1160-1216), Quaedam Moralitas de Scaccario. Een andere mogelijke auteur is John of Wales (±1210-±1285), Fransiscaner monnik, auteur van moralistische verhandelingen, en — schaakspeler.
 


„Malheureux, ne Sais tu pas qu'aux Echecs on ne prend pas le Roi?“
(„Ongelukkige, weet je dan niet dat in het schaakspel men de koning niet slaat?“)

Louis VI van Frankrijk (Lodewijk de Dikke). Dit zou hij gezegd hebben toen hij door de Engelsen verslagen werd bij Brenneville, 20 augustus 1119. Geciteerd door Sawielly Tartakower, Het schaakspel, 1936, p. 27.
 


„Speel dus slechts schaak om u te verstrooien; het is het mooiste der spelen, maar het is een spel. Zijn lauweren zijn bedriegelijk, overdreven ambitie ervoor is ziekelijk.“

Sawielly Tartakower, Het schaakspel, 1936, p. 65.
 


„...ce niais et puerile jeu...“ („...dat zinloze en kinderachtige spel...“)

Michel de Montaigne, Démocrite et Héraclite, Essais I, Ch. 50, 1595.



Clarissa: „Talbot, it is so delightful to have you back again. I shall now have such a charming evenings with you at chess.“
Talbot: „At what?“
Clarissa: „Chess — the king of games.“
Talbot: „Do you call it a game? Ha! ha! No, thankee; life's too short for chess.“

Henry James Byron, Our Boys, komedie in 3 actes, 1e acte. 1874.

 


 
„Pawns are like buttons. Lose too many and the pants fall down by themselves.“

George Koltanowski, volgens Steve Rubenstein, San Francisco Chronicle, 7 februari 2000,
 


„The passion for playing chess is one of the most unaccountable in the world. It slaps the theory of natural selection in the face. It is the most absorbing of occupations, the least satisfying of desires, an aimless excrescence upon life. It annihilates a man.“

H. G. Wells, Certain Personal Matters, H. 30, Concerning Chess, 1898. Wells was zelf ook een schaker.



„A chess problem is genuine mathematics, but it is in some way ‘trivial’ mathematics. However ingenious and intricate, however original and surprising the moves, there is something essential lacking. Chess problems are unimportant.“

G. H. Hardy, A Mathematician's Apology, 1940, p. 16.



„Een journalist vroeg me eens, tijdens een internationaal toernooi, hoe ik schaakspeler was geworden. Ik antwoordde dat mijn tante me het schaken had bijgebracht. Maar dat was een afwijkende variant van het schaakspel geweest, want tante zette het paard bijvoorbeeld op de plaats van de loper, en omgekeerd. De Estlandse grootmeester Paul Keres, die erbij zat, maakte met zijn droge humor daarbij de opmerking: 'Daar moeten we dan wel rekening mee houden als we je schaakboeken bestuderen!' “

Luděk Pachman, Nu kan ik spreken..., 1975, p. 18. Geautoriseerde vertaling door J. ten Have. Pachman heeft een groot aantal boeken geschreven over moderne schaaktheorie.
 

 
„Wie weet is over honderd jaar een vrouw wereldkampioen schaken.“
 
Max Euwe, Schaakbulletin 98, februari 1976, p. 17. Hans Böhm, die het niet zo geloofde, zou daarop gezegd hebben: „en over tweehonderd jaar een hond.“
 

 
„Je moet als Larsen spelen: vlug en foutief.“
 
Vlastimil Hort geeft advies hoe te spelen op een groot toernooi met tegenstanders van sterk wisselend niveau. Diep nadenken en het maximale uit een stelling proberen te halen is dan niet meer noodzakelijk; een schaakmeester moet zijn krachten sparen voor de echt sterke opponenten. Schaakbulletin 173, april 1982, p. 211.
 

 
„Paradoxaal genoeg beschouw ik het schaakspel als een levendiger materie dan de wiskunde.“

Richárd Réti (1889-1929), volgens H. Bouwmeester en B. Kieboom, Prisma schaakboek 5. Topprestaties van vijftig grote meesters, 1964, p. 103. Réti was afgestudeerd in wis- en natuurkunde.
 

 
„I have no strategy. It's not a game of chess. In chess you have rules.“
 
Kasparov reageert op de vraag welke strategie hij heeft na de moord op Putin-criticus Boris Nemtsov. Reuters, 2 maart 2015.


 
„Ludimus effigiem belli simulataque veris
Praelia, buxo acies fictas, et ludicra regna;
Ut gemini inter se reges albusque nigerque
Pro laude oppositi certent bicoloribus armis. —“

(„Wij zingen 't oorlogs-spel, en 't vechten van soldaten:
De legers zijn van hout, van speeltuig zijn de staten;
En hoe twee koningen, de een zwart, de ander wit
Met wapens van de kleur zijn op elkaar verhit. —“)

Scacchia; Ludus, Marcus Hieronymus Vida (1485—1566), bisschop van Alba. Dit zijn de eerste vier regels van Vida's schaakgedicht, in het Nederlands vertaald door J. H. van Buul, Het Schaakspel. Klein-heroïsch-, komisch-, mythologisch gedicht, 1839.


„Chess Masters Fail to See the Quickest Path to Victory.“

In de Scientific American van maart 2014 werd aandacht besteed aan het Einstellungeffect, het verschijnsel dat het brein geneigd is om een gegeven probleem op een reeds bekende wijze op te lossen, daarbij koppig de betere alternatieven negerend. Het effect werd gedemonstreerd aan de hand van een schaakprobleem:

Schaakdiagram einstellungseffect

Wit aan zet.

Dit diagram werd voorgelegd aan grootmeesters met de opdracht de kortste weg naar mat te vinden. Volgens het artikel faalden de meesters, want zodra ze de stikmatoplossing zagen, keken ze niet verder meer. De oplossing met het stikmat kost echter vijf zetten, terwijl het in drie kan.

Scientific American, Why Good Thoughts Block Better Ones, Merim Bilalić en Peter McLeod, maart 2014, p. 59—63.



 

„Ja, mijnheer Hollander, maar ik speel niet tegen mijnheer Capablanca, ik speel tegen U!“

 

Euwe (r), Capablanca (l)


Dr. Euwe, gespeeld-verontwaardigd, als zijn spel tegen Han Hollander in het Carlton onderbroken wordt door toevallige passant Dr. Capablanca die een winnende zet ziet. Polygoon Hollands Nieuws, 15 januari 1935.




The Seventh Seal

De DOOD kiest de lege hand van ridder Antonius Block en speelt dus met zwart. Bron: Wikipedia, The Seventh Seal.

The opponent looked long and hard at the board.
The abbot waited to see what long-term, devious strategies were being evolved. Then his opponent tapped a piece with a bony finger.
„REMIND ME AGAIN“, he said, „HOW THE LITTLE HORSE-SHAPED ONES MOVE.“

Terry Pratchett, Small Gods, 1992. p. 377. De DOOD speelt een partij schaak, maar kent de regels nog niet zo goed. Een verwijzing naar Ingmar Bergmans Zevende Zegel, waarin ridder Antonius Block schaakt voor zijn leven tegen de DOOD. En verliest.




„Die Natur hat uns das Schachbrett gegeben, aus dem wir nicht hinaus wirken können, noch wollen; sie hat uns die Steine geschnitzt, deren Werth, Bewegung und Vermögen nach und nach bekannt werden; nun ist es an uns, Züge zu thun, von denen wir uns Gewinn versprechen; dies versucht nun ein jeder auf seine Weise und läßt sich nicht gern einreden.“

Johann Wolfgang von Goethe, Über Naturwissenschaft, 1823.



Blackburne — San Francisco Call, Volume 77, Number 153, 12 May 1895


„I have known many an able man ruined by chess. The game has charmed him, and, as a consequence, he has given up everything to the charmer. No, unless a man has supreme self-control, it is better that he should not learn to play chess.“

Joseph Henry Blackburne volgens de Pittsburg Times, geciteerd in de San Francisco Call, jaargang 77, nr. 153, 12 mei 1895. Blackburne had kort daarvoor zijn match gespeeld tegen Curt von Bardeleben in Londen, 1895. Het werd 4½-4½.




„Chess pieces love to be hugged before the game!“

WGM Natalia Pogonina geeft haar schaakstukken een aai voordat ze de eerste zet speelt. Team Play at the Olympiad, Chess.com, 19 oktober 2010.




„Een bijzonder zwak heb ik altijd gehad voor Abu-Bakr Mohammed Al Yahia as'Suli, die uitvoerige verslagen heeft nagelaten over zijn reizen en de tegenstanders, die hij daarbij op het schaakbord versloeg. Hij schuwt daarbij de opsnijderij bepaald niet en zit ook vol uiterst onwaarschijnlijke verhalen en anecdotes die hij weer van anderen — verkeerd — heeft overgeschreven, een falsificateur en plagiateur, kortom, de eerste schaakjournalist.“

Historie van de tweekamp, Hein Donner, Schaakbulletin 132, p. 55, 12 augustus 1978.




„Imagine that the gods are playing some great game, like a chess game. Let's say a chess game.“

Richard Feynman gebruikt het ontdekken van schaakregels als analogie voor het ontdekken van natuurkundewetten. Horizon, BBC, 1981. Youtube: Feynman :: Rules of Chess

 



„Ik zou nooit iemand bijten die lager in rang is dan generaal.“

Gary Kasparov verweert zich tegen de beschuldiging dat hij een politieagent zou hebben gebeten tijdens een protestdemonstratie voor de vrijlating van de leden van de vrouwenpunkband „Pussy Riot“. The Moscow Times, 21 augustus 2012.

 



„In het schaakspel zitten de zotten het digtst bij den koning.“

Nederlandsch spreekwoord. De zot is in dit geval de loper, vgl. het Franse woord voor raadsheer, le fou, de nar. P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862.

 



„Het denken van de schaker wordt in hoge mate bepaald door de angst voor de tijdnood en voor het verlies van de elo-rating!“

P.C. Parel, S.V. Sliedrecht, oktober 1989

 


 

„Het spel [...] is een afspiegeling van het dagelijks leven. Het leerde je om bij het maken van keuzes niet alleen op een eerste impuls af te gaan, maar rekening te houden met de reactie daarop en eventuele verdere ontwikkelingen.“

Henk Vaessen, De zevende golf, 2014, p. 218